Geplaatst op 23-11-2015

In het kader van de Wet werk en zekerheid treden op 1 januari 2016 enkele ingrijpende maatregelen in de Werkloosheidswet in werking. De duur van de WW-uitkering wordt beperkt en de arbeidsverledeneis wordt verzwaard. Er geldt in beide gevallen wel overgangsrecht. Verder worden de regels versoepeld voor het doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd en treedt de Wet flexibel werken in werking.

Uitkeringsduur WW verkort

Vanaf 1 januari 2016 wordt stapsgewijs de maximale uitkeringsduur van de WW-uitkering teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Vanaf 2019 geldt de kortere uitkeringsduur voor iedere werknmemer die dan werkloos wordt. De minimale uitkeringsduur blijft drie maanden. De verkorte uitkeringsduur geldt niet voor werknemers die al voor 1 januari 2016 werkloos zijn. De uitkeringsduur van hun WW-uitkeringen wijzigt dus niet.

Gewijzigde arbeidsverledeneis

De uitkeringsduur wordt bepaald door het feitelijke arbeidsverleden. In hoofdlijnen komt de gewijzigde arbeidsverledeneis er op neer dat als de werknemer 10 jaar of minder heeft gewerkt, hij/zij voor elk gewerkt jaar, recht heeft op 1 maand uitkering. Heeft de werknemer meer dan 10 jaar gewerkt, dan bouwt hij/zij ieder volgend jaar een halve maand meer uitkeringsrecht op. Eindigt de totale uitkeringsduur op een halve maand, dan wordt die halve maand op 15 uitkeringsdagen gesteld. De al voor 2016 opgebouwde uitkeringsduur blijft ongewijzigd. Dat wil zeggen dat ieder kalenderjaar arbeidsverleden voor 1 januari 2016 1 maand uitkeringsrecht oplevert.

Rekenvoorbeelden ter verduidelijking

U raakt in 2018 uw baan kwijt. U bent dan 13 jaar in dienst geweest van uw werkgever. Daarvan heeft u 9 dienstjaren voor 2016 gewerkt en 4 dienstjaren daarna. De uitkeringsduur bedraagt dan 11,5 maand: 10 x 1 maand (de eerste 20 dienstjaren leveren 1 maand uitkering per jaar op) plus 3 x 0,5 maand.

Overgangsrecht

Maar hier blijft het helaas niet bij. Het overgangsrecht bepaalt namelijk dat vanaf 1 januari 2016 de uitkeringsduur stapsgewijs tot 2019 wordt verminderd met 1 maand per kwartaal voor nieuwe WW-uitkeringen die op of na 1 januari 2016 ontstaan. Dit geldt alleen in die situaties waarin anders meer dan 24 maanden recht op een uitkering bestaat. De uitkeringsduur wordt bepaald door het voor 1 januari 2016 opgebouwde arbeidsverleden en de daaraan gekoppelde uitkeringsduur (maximaal 38 maanden) te verminderen met het aantal kalenderkwartalen dat sinds 1 januari 2016 is verstreken. Een voorbeeld maakt duidelijk hoe dit werkt. Stel u heeft voor 1 januari 2016 op grond van de oude regels recht op 34 maanden WW-uitkering. U raakt in november 2017 uw baan kwijt. Sinds 1 januari 2016 zijn dan 7 kalenderkwartalen verstreken. De uitkeringsduur van uw WW-uitkering wordt dan verkort tot 27 maanden: 34 maanden min 7 maanden.